Hebban.nl, Interviews

Het jaar van Thomas Olde Heuvelt

Interview Thomas Olde Heuvelt - Hebban Thriller Magazine - Wilke Martens

Donkere wolken pakken dreigend samen boven de snelweg. De lucht is net zo donkergrijs als het asfalt. De man op de radio lijkt over niets anders te praten dan files. Door regen en gladheid zijn er allerlei ongelukken gebeurd. Stapvoets rijd ik mee in de autopolonaise. Alleen rode achterlichten en de reflectie van witte strepen op het asfalt van de A15 geven kleur aan deze ochtend. Het plan was om Thomas Olde Heuvelt te interviewen tijdens een wandeling door de bossen bij Nijmegen. We zouden het hebben over klimmen, hoge bergen, de grootsheid van de natuur: de thema’s uit zijn nieuwe boek Echo, dat in mei verschijnt. Maar met dit weer…

Zo’n anderhalf uur later passeer ik Nijmegen, waarna ik nog iets verder rijd naar het zuidoosten. Toen ik de afspraak maakte kreeg ik een telefoonnummer door van de uitgever: de navigatie kon ‘op de berg’ wel eens uitvallen. De Duivelsberg, schiet door mijn hoofd bij het hoogteverschil waarvoor ik niet eens hoef terug te schakelen. De regen valt met bakken uit de hemel. Het is ijskoud. “Maar als de navigatie uitvalt”, vraag ik me hardop af, “dan lukt bellen toch ook niet?” Ik zie Katharina al staan, bovenop de berg, prevelend, ondanks haar dichtgenaaide lippen. Ik zet de radio harder. ‘Waarom zou je dat doen?’, blèr ik mee, zodat ik van buiten niks kan horen. Gewoon, voor het geval dat. 

Aan de andere kant van de berg draai ik mijn deelauto een smalle straat in. Asfalt verandert in zand. Langzaam rijd ik langs de huizen, die meters en meters uit elkaar staan. Geen buur die naar je omkijkt als hier wat gebeurt. Ik stop voor een statig zwart hekwerk: zou het hier zijn? Net als ik mijn telefoon wil pakken om te bellen, gaat de poort open. Schokkerig en langzaam. Hoor ik het nou kraken? Het terrein oogt verlaten. Ik zoek een plekje met zo min mogelijk modder om te parkeren. Stel je voor dat je hier vast komt te zitten in de blubber… Ik zet de motor af, pak mijn tas van de bijrijdersstoel en kijk op mijn telefoon. Geen bereik. 

Aarzelend volg ik het grindpad naar een woning, die half verscholen tussen de bomen staat. Vanonder mijn capuchon tuur ik naar het huis. Een donkere gestalte staat achter het raam. Als ik dichterbij kom, zie ik dat hij naar me zwaait. Dan herken ik hem van de foto’s en tv. Alleen heeft hij dit keer niet zijn stoere schrijversblik, maar vrolijke ogen en een grote grijns. Met weidse gebaren wijst hij naar de deur. ‘Welkom’, lacht Thomas als hij open doet. 

Binnen is het behaaglijk en de geur van koffie verrijkt de keuken. In plaats van door een regenachtig bos te wandelen, gaan we op de bank bij de houtkachel zitten. Door de grote ramen en decoratieve takken in de hoek van de kamer, lijkt het alsnog of we in de natuur zitten. “Echois een thriller, maar met bovennatuurlijk randje. Zoals je van me gewend bent. Het speelt zich af in een vallei in Zwitserland. Als je in de Alpen sterft – en dit is niet verzonnen – word je altijd zonder ogen gevonden. Vogels hebben je namelijk al eerder gevonden en eten de zachte delen uit je lichaam. Ze pikken je ogen er als eerste uit. Volgens de legende bevrijden de vogels de ziel van de gevallen klimmer. Deze mythe heb ik ook gebruikt, al blijven in mijn verhaal de echo’s hangen. De hoofdpersonen in Echoontdekken namelijk een bergtop die ze nog niet kennen, maar hij lijkt anders te zijn dan op de kaart staat en ook online is er niks over te vinden. Pioniers als ze zijn, beklimmen ze de berg toch, maar dan gaat het mis… ” 

Lees het hele interview in Thriller Magazine van Hebban.nl