Interviews, KTC Magazine

Madelé Mouton: het geweten van Carmièn Tea

Madele Mouton - KTC - WMArbeiders die zijn doorgedrongen tot de managementlaag, een stevige foundation die gelinkt is aan het bedrijf en een gemeenschap die echt iets te zeggen heeft. De Zuid-Afrikaanse rooibosproducent Carmièn Tea is een schoolvoorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het betrekken van de gemeenschap zit zo diep geworteld in de ziel van de onderneming, dat corporate social responsibility manager Madelé Mouton tot tranen toe geroerd raakt wanneer ze erover spreekt. “Ik wou dat niet ik hier zat, maar onze medewerkers.”

Zijn we hier de besten in? Kan de productie verbeterd worden, met meer oog voor het milieu? Het was haar achtergrond in natuurbehoud, die Madelé Mouton ongepland bij Carmién Tea deed belanden. Nooit bezocht ze de velden of de fabriek van het familiebedrijf van haar man, zonder haar ogen open te houden en haar oren te spitsen om te zien of ergens verbetering mogelijk was. Inmiddels is ze de corporate social responsibility manager van zowel de rooibos- als de citrustak van de Mouton Holding en is het bedrijf de regionale koploper in duurzaam en sociaal ondernemen.

Het was haar schoonmoeder Mientjie Mouton die eind jaren negentig Carmién Tea oprichtte. De Zuid-Afrikaanse bracht haar jeugd door op een boerderij waar rooibos werd geproduceerd, in de vallei aan de voet van de Cederberg Mountains. Hoewel het bedrijf zich met name richtte op de export van citrusfruit en rooibos in bulk, zag ze dat in de theetak veel meer potentie school. Ze besloot, naast de productie van bulk, een eigen merk op te zetten. Twintig jaar later wordt het merk afgenomen in Japan, de Verenigde Staten en natuurlijk Zuid-Afrika. “Ik hoop dat rooibos in nog meer landen populair wordt, want het is een exceptioneel product”, zegt Madelé Mouton, die op uitnodiging van UTZ naar Amsterdam afreisde.

Carmién Tea, het lijkt een typisch familiebedrijf.

“We zijn inderdaad een familiebedrijf, een boerenbedrijf, maar anders dan andere. Een groot deel van ons bedrijf is in handen van onze medewerkers:  het landbouwgedeelte van de holding is voor 12 procent in handen van onze arbeiders, terwijl dit bij de verwerkingsfaciliteit zelfs de helft is. Daarnaast gaan we partnerschappen aan met verschillende, kleine lokale ondernemingen. Deze constructie is uniek in Zuid-Afrika: de meeste familiebedrijven houden krampachtig vast aan hun aandelen. Dus ja, we zijn óók een familiebedrijf, maar dat is ondergeschikt aan het welzijn en de gezondheid van onze medewerkers en daarmee van ons bedrijf.”

Was dit al zo sinds de start van het bedrijf, of sinds u bent aangesteld als corporate social responsibility manager?

“De familie Mouton heeft het bedrijf vanaf dag één met een scherpe visie geleid. Begin jaren tachtig gingen mijn schoonouders al samenwerkingen aan met boeren en arbeiders, om hen op te leiden tot leidinggevenden. Hierdoor hebben we vandaag de dag uitmuntende leiders, die echt zijn opgeklommen binnen het bedrijf. Zuid-Afrika is enorm veranderd sinds 1994 (de verkiezingsoverwinning van het Afrikaans Nationaal Congres van Nelson Mandela, wat een einde maakte aan de Apartheid, red.), maar de empowerment van mensen gaat niet zomaar. Historisch gezien zijn langetermijninvesteringen nodig geweest om te komen waar we nu zijn. Ik wou dat niet ik hier zat, maar onze medewerkers. Zij zijn de geweldige mensen die het bedrijf hebben grootgemaakt.”

Wat is aan deze visie veranderd sinds uw aanstelling?

“Mijn achtergrond ligt in natuurbehoud, ik heb een master in Conservation Ecology. Voor mij zijn duurzaamheid en natuurbehoud belangrijke pijlers. Naast de sociale aspecten, ben ik daar meer nadruk op gaan leggen. Aanvankelijk was dat moeilijk in een boerenbedrijf, maar tegelijkertijd heel spannend. Wat enorm hielp was de professionele houding op de werkvloer. Ik zette me bijvoorbeeld in om allerlei certificeringen rond te krijgen, zoals die van UTZ en Rainforest Alliance. Dit hielp me in de interne communicatie: door de certificeringen en de eisen die erbij horen, kon ik mijn plannen goed onderbouwen. De certificeringen helpen om eerlijk over dingen te zijn: ik wil niet de schone schijn ophouden als een auditor langskomt, het moet écht zijn.”

Lees het hele interview in KTC Magazine #26